Hartelijk welkom op de website van de Filmgerelateerde collecties van EYE het nieuwe filmmuseum
Posts tonen met het label filmstudio's. Alle posts tonen
Posts tonen met het label filmstudio's. Alle posts tonen

17 sep 2015

Loet C. Barnstijn's Filmstad

EYE bezit een interessant archief over de filmpionier Loet C. Barnstijn en de door hem opgerichte studio Filmstad in Den Haag. Hij was een innovatieve ondernemer die de Nederlandse filmindustrie naar het model van de Amerikaanse filmstudio's wilde inrichten.

Loet C. Barnstijn (links) in zijn kantoor in Filmstad Den Haag 




Loet C. Barnstijn, oftewel LCB zoals hij zich liet noemen, begon zijn carrière als bioscoopexploitant en filmdistributeur in de jaren tien en twintig, waarvoor hij op reis ging naar Amerika. Daar zag hij al in 1927 de komst van de eerste geluidsfilms en het geluidssysteem de Vitaphone. Gebaseerd hierop ontwikkelt hij zelf in Nederland de Loetafoon, waarmee hij met succes voorstellingen organiseert. De nieuwe ontwikkeling inspireert hem om zelf  films te maken "met Nederlandse acteurs, die ons in onze eigen taal van het witte doek toespreken."

Op de set in het Filmstadpark, foto Dick van Maarseveen
Daarom besloot hij als co-producent de volkskomedie De Jantjes, waarvan de productie wegens geldgebrek was stilgelegd, uit het slop te helpen. De film werd een groot succes en met de twee ton die dit Barnstijn opleverde, opende hij zijn eigen filmstudiocomplex. Op Landgoed Oosterbeek in Wassenaar werd een monumentale villa uitgebreid met twee studiohallen, een montageruimte en een laboratorium. Alles was dus ter beschikking om volledige speelfilms te produceren.

Bij de opening op 12 oktober 1935 waren 800 gasten aanwezig, onder wie Louis Lumière. De opnames van de eerste film, de elegante detective Het Mysterie van Mondscheinsonate waren toen al van start gegaan.
De films hadden echter niet altijd het verwacht succes, maar Barnstijn, slimme zakenman als hij was, wist meer inkomsten te vergaren door de set (tegen betaling van 22 cent) open te stellen voor het publiek, dat massaal toestroomde.

Cast-en crewfoto Merijntje Gijzen's Jeugd (1936), zesde van links staand de regisseur Kurt Gerron, het staande jongetje in het midden is Kees Brusse en rechts naast hem staat Barnstijn.
Er ontstond een levendige internationale gemeenschap in de filmstudio, van veelal uit Duitsland en midden-Europa gevluchte joodse filmvaklieden en regisseurs, waaronder Kurt Gerron. Na de Duitse inval kwam hier abrupt een einde aan en werden velen van hen opgepakt. De laatste oorlogsjaren werd de studio evenals filmstudio Cinetone in Amsterdam ingelijfd bij de Duitse filmproductiemaatschappij Ufa en werden er propagandafilms gemaakt. In 1944 viel het doek definitief, toen het complex werd vernietigd door een Britse V2-raket.

Barnstijn was toen al vertrokken naar Amerika, waar hij verder werkte als filmverhuurder. In 1953 overleed hij in zijn woonplaats Great Neck, op Long Island. Van het studiocomplex staan nog enkele gebouwtjes overeind, waaronder de filmopslagruimte en het laboratorium. EYE heeft een aantal dozen met archivalia van Barnstijn's Filmdistributie en Filmstad Den Haag, waaronder een dagboek van A. Sauter, die bedrijfsleider was van Ufa Filmstad Den Haag in de oorlogsjaren, en veel foto's en krantenknipsels.

30 okt 2014

De filmfabriek van Franz Anton Nöggerath en zn.

Filmpionier Jean Desmet is inmiddels behoorlijk bekend en zijn archief tot Werelderfgoed verklaard. Maar wie kent zijn concurrent Franz Anton Nöggerath? Eind 19e eeuw maakte hij voor zijn eigen theater filmpjes met impressies en actualiteiten, veelal in Amsterdam, die nu bekend staan als de oudste Nederlandse films.

Door een brand in zijn theater in 1902 is hier helaas veel van verloren gegaan.  Zijn compilatie De oudste beelden van Amsterdam dook echter begin jaren twintig weer op en is nu geconserveerd en gedigitaliseerd samen met drie andere oude films in het  project 'Breng Amsterdam in Beeld'. 

FAN sr.
De van oorsprong Duitse Franz Anton Nöggerath Sr. (1859-1908) was de uitbater van Variététheater Flora aan de Amstelstraat in Amsterdam. In 1896 werd hier voor het eerst in Amsterdam een film vertoond, wat meteen een groot succes was. Ook bij de daaropvolgende voorstellingen liep het zo storm, dat Nöggerath besloot zelf filmapparatuur te kopen. Hij gaf opdracht om actualiteiten te filmen.Zo kon je wat overdag gebeurd was, 's avonds al zien in het theater. Hij filmde in 1898 de inhuldiging van prinses Wilhelmina en een jaar later de Boerenoorlog. Hiervoor ging hij niet naar Zuid-Afrika, maar huurde wat leeuwen uit Artis.

Daarnaast werden veel uit het buitenland geïmporteerde films vertoond en verhuurd. Na de dood van zijn vader nam Franz Anton Nöggerath Jr. (1880-1940) het bedrijf over en ging zich richten op de speelfilmproductie.

Nabij Amsterdam vestigde hij de Franz Anton Nöggerath (FAN)-filmfabriek, waar films werden opgenomen, ontwikkeld, gemonteerd, gekopieerd en ten slotte gedistribueerd over de hele wereld.

FAN jr.
De Flora werd verkocht aan concurrent Jean Desmet, die hier zijn grote droom wilde realiseren: een amusementspaleis compleet met bioscoop, kunstijsbaan, concertzaal en dakterras. Deze wens zou echter  nooit in vervulling gaan.

In tegenstelling tot Desmets omvangrijke archief, is van de Nöggeraths helaas bijna niets meer over: het enige van Senior in het archief van EYE is onderstaande brief uit 1903. Van Junior zijn er nog enkele archivalia, maar die toch interessant zijn: een brochure uit 1912 over de filmfabriek en twee plakboeken met recensies en publiciteit uit de jaren tien en twintig, waaronder onderstaande advertentie. De inventaris van het archief is op aanvraag beschikbaar.

Brief van Nöggerath sr. naar aanleiding van de brand in Flora

Advertentie van Nöggerath jr. waaruit blijkt dat er zowel films werden verhuurd, als eigen opnamen werden gemaakt.